Dyslexie

Kinderen met dyslexie hebben hardnekkige problemen met het aanleren en vlot toepassen van het lezen en spellen. Dyslexie is een specifieke taalontwikkelingsstoornis, waardoor de ontwikkeling van het lezen en spellen moeizaam verloopt. Uit onderzoek blijkt dat de hersenen van mensen met dyslexie bepaalde kenmerken hebben die niet bij anderen worden gevonden. Deze verschillen maken het moeilijker om koppelingen te leren tussen klanken en letters en het zijn juist deze koppelingen die de basis vormen van het lezen en spellen.

Eén op de tien kinderen heeft veel moeite met lezen en spellen. Bij ongeveer 4 tot 5% van deze kinderen zijn de problemen zo ernstig en hardnekkig dat er sprake is van dyslexie. Vaak is het erfelijk en komt dyslexie in de directe familie voor.

Alleen bij ernstige en hardnekkige lees- en/of spellingproblemen komt een kind in aanmerking voor de diagnose dyslexie. Bij de zwakste 10% (E-niveau) wordt gesproken over een significante achterstand. Kinderen met milde lees- en/of spellingproblemen komen niet in aanmerking voor de diagnose dyslexie. 

De term dyslexie komt uit het Grieks en betekent letterlijk: niet kunnen lezen.

dys = niet goed functioneren, beperkt.

lexis = taal of woorden

De definitie van dyslexie volgens ‘Stichting Dyslexie Nederland (SDN, 2016)’ is als volgt:

“Dyslexie is een specifieke leerstoornis die zich kenmerkt door een hardnekkig probleem in het aanleren van accuraat en vlot lezen en/of spellen op woordniveau, dat niet het gevolg is van omgevingsfactoren en/of lichamelijke, neurologische of algemene verstandelijke beperking”.

LEZEN & SPELLEN

Bij dyslexie wordt aangenomen dat fonologische verwerkingsproblemen (problemen met het verwerken van de klanken) de onderliggende oorzaken zijn van de lees- en spellingproblemen. Binnen de behandeling bij Athena wordt daarom niet alleen het lezen en het spellen geoefend, maar is er veel aandacht voor de onderliggende fonologische processen en de klankstructuur van de Nederlandse taal. Belangrijk hierbij is dat er een directe koppeling gemaakt wordt aan de betekenis (het lezen met begrip).

Kinderen met dyslexie kunnen moeite hebben met:

  • Het verschil horen tussen klanken.
  • Klanken in de juiste volgorde te zetten.
  • Rijmen.
  • Het juist schrijven van letters, bijvoorbeeld ue i.p.v. eu.
  • Het inprenten van reeksen, bijvoorbeeld tafels of spellingsregels.
  • Het vlot op woorden kunnen komen.
  • Het onthouden van losse gegevens, zoals rijtjes en jaartallen.
  • Vlot en nauwkeurig lezen van woordjes.

Problemen bij het lezen

De leesproblemen van kinderen met dyslexie vallen het meest op bij het hardop lezen van woordjes. Het is lastig voor ze om een rij woordjes snel en goed te lezen. Sommige kinderen hebben een traag leestempo en lezen de woorden spellend. Andere kinderen hebben een hoog leestempo, maar maken daarbij veel fouten door te raden. Er kan ook sprake zijn van een combinatie van beide.

Problemen bij de spelling

Kinderen met dyslexie maken langdurig veel spelfouten. Vaak zijn dit basale spelfouten, zoals fouten in de klanktekenkoppelingen, letters toevoegen of vergeten te schrijven. Het kan zijn dat ze één bepaald woord op een bladzijde op verschillende manieren spellen. Kinderen met dyslexie proberen vaak de spelling van specifieke woorden te onthouden. Dit is een enorme belasting voor het geheugen. Bovendien beklijft de kennis meestal niet, omdat ze het op een ongestructureerde manier in het geheugen opslaan.

Hardnekkigheid

In de definitie van dyslexie staat de term hardnekkigheid. Het vaststellen van het ‘hardnekkigheidscriterium’ (er is sprake van een grote achterstand terwijl er intensieve begeleiding is geboden) is een essentiële voorwaarde voordat gestart kan worden met een dyslexieonderzoek. Er moet zorg geboden zijn op:

  • zorgniveau 1 (goed lees- en spellingonderwijs in klassenverband)
  • zorgniveau 2 (extra zorg door de leerkracht) en
  • zorgniveau 3 (specifieke en intensieve interventies).

Een effectieve aanpak op zorgniveau 3 houdt in het kort het volgende in:

  • De reguliere leertijd moet met minimaal één uur per week (drie keer per week 20 minuten of vier keer per week 15 minuten) uitgebreid zijn.
  • De specifieke interventie op zorgniveau 3 moet in een klein groepje (maximaal 4 kinderen) of individueel aangeboden zijn.
  • De specifieke interventie moet geboden zijn door een leerkracht, remedial teacher, leesspecialist of orthopedagoog.

Voor een uitgebreide toelichting kunt u hier de “Handreiking voor de invulling van ondersteuningsniveau 2 en 3” van het Nederlands Kwaliteitsinstituut Dyslexie (NKD) en het Expertisecentrum Nederland downloaden.

De eis van de interventie geldt voor leerlingen in het basisonderwijs en voor leerlingen in het voortgezet onderwijs tot en met de tweede klas. Wanneer er geen bijzonderheden zijn geweest in de schoolloopbaan wordt er vanaf de derde klas in het voortgezet onderwijs van uitgegaan dat het aantal jaren onderwijs voldoende leesonderwijs is geweest om eventuele hardnekkigheid aan te tonen.

Hoogbegaafdheid en dyslexie

Het komt voor dat een kind met een hogere intelligentie wordt aangemeld voor een dyslexieonderzoek en dat wordt aangegeven dat het kind op basis van zijn intelligentie compenseert waardoor de scores op lezen en/of spelling hoger zijn dan het 10e percentiel. De belangrijke vraag is of er een andere definitie gehanteerd moet worden als er sprake is van een hogere intelligentie. Uit onderzoek blijkt dat dit niet het geval is. De definitie van Stichting Dyslexie Nederland geldt ook als er sprake is van een hogere intelligentie. De toepassing van de criteria voor een dyslexiediagnose is niet anders bij kinderen met een hogere intelligentie. Net als bij andere kinderen waarvan het vermoeden van dyslexie bestaat, komen zij in aanmerking voor een diagnose dyslexie wanneer er sprake is van:

  1. een significante achterstand op het gebied van lezen en/of spellen (laagste 10%)
  2. er sprake is van didactische resistentie.
  3. afwezigheid van exclusiefactoren (alternatieve verklaringen)

Doorverwijzing voor dyslexieonderzoek is alleen terecht wanneer de lees- en/of spellingscores in het 10e percentiel vallen. Bij scores boven het 10e percentiel (bijvoorbeeld een combinatie van V- en V scores of een combinatie van E-niveau en D-niveau) wordt in principe niet overgegaan tot een dyslexieonderzoek.

Deze informatie en meer is te vinden in de ‘Richtlijn Lees- en Spellingproblemen in combinatie met Hoogbegaafdheid, 2018‘ addendum bij de Brochure van de Stichting Dyslexie Nederland (SDN).

Wilt u meer informatie?